de ziekte die mij kapot maakt deel 1
De koppijn in mijn hoofd werd steeds erger. Mijn blik draaide in het rond, het ging zo snel. Ik probeerde me te richten op één punt, dat had ik gelezen in een tijdschrijft. Maar ook dat hielp niet, wat moest ik doen? Mijn blik dwaalde af naar de rand van de schoolbank, ik mag op dit moment niet flauwvallen. Ik besloot toch te meldde dat het niet goed ging, en ik liep naar de juffrouw van geschiedenis toe, die op dat moment aan het uitleggen was, ik vroeg ofdat ik weg mocht. Na 10 minuten zat ik op de fiets met nog steeds steken in mijn hoofd. Ik moest van mijn fiets afstappen voor ik dadelijk van mijn fiets zou vallen en dat zou het misschien nog erger maken.
Ik opende de deur van het huis. De deur was fel blauw, je zag dat de verf al minder duidelijk werd, dan na dat mijn vader het had geschilderd. Toen ik de sleutel in het slot draaide, deed ik de deur op een kier om te kijken of er iemand was. Er was niemand en ik besloot naar binnen te gaan. Ik voelde dat de grond onder mijn voeten begon te bewegen en ik besloot steun te zoeken bij de tafel die vlak bij de deur stond. Op dat moment werd alles wazig en ik viel neer.
'Joys, Joys', hoorde ik mijn moeder gillen. Wat was er gebeurd. Ik was toch alleen thuis. Ik deed mijn ogen langzaam open, maar ik kneep ze ook meteen weer dicht, het licht was te fel. "je bent bij", riep mijn moeder, die op haar knieen zat te huilen. "mam" vroeg ik met een fluisterstemmetje, "wat is er gebeurd".' je bent bewusteloos geraakt, maak je maar niet druk de ambulance komt zo, rustig blijven".
Ik zag een witte muur, volgens mij is dit het ziekenhuis, dacht ik. Ik werd heel snel naar een onderzoekskamer gereden. Ik voelde dat de hoofdpijn weer toenam, ik wilde niet weer bewusteloos raken dus besloot ik te zeggen tegen de dokter dat de hoofdpijn weer erger werd. De dokter was gekleed in een witte lange doktersjas, met blauwe handschoenen. de dokter bracht mij naar een scan waar ik in moest liggen. De dokter zei tegen mij dat ik over 10 minuten de uitslag zou krijgen. De 10 minuten die ik moest wachten leken wel een eeuwigheid te duren. Toen ik de dokter met een minder blij gezicht binnen zag komen dan ik hem de eerste keer zag, dacht ik al dat het nieuws niet al te best was. Hij begon zijn verhaal met 'ik heb slecht nieuws', dat ken ik al van die tv proggramma's dus ik wist dat het heel negatief was. 'Joys' zei de dokter, "het gaat niet goed met je, je hebt namelijk een tumor in je hersenen. het klinkt erger dan dat het is hoor". Bij die zin barstte ik in tranen uit, en wist dat het echt helemaal niet goed was. De dokter die mij eerst zo aardig leek was helemaal niet zo aardig. die eerste vraag die in mij opkwam was, word ik beter?
deel 2
Die ziekte die mij kapot maakt deel 2
Het is nu 2 maanden geleden dat ik te horen heb gekregen dat ik ernstig ziek ben. Die 2 maanden vielen niet mee, ik moest vaak naar het ziekenhuis en kreeg zware chemo-kuren maar voor de rest ging het wel goed. Als je dit goed noemt tenminste. Vandaag zou ik weer naar de dokter moeten om te kijken of het al iets beter is geworden. "Joys", riep mijn moeder met een zenuwachtige stem. Na 5 minuten gehaast te hebben zaten we op tijd in de auto. Voor het eerst was ik heel zenuwachtig en je zag aan de gezichten van mijn zusje en moeder dat hun hetzelfde voelen. Toen we in het ziekenhuis aankwamen moesten we nog even wachten in de wachtkamer maar dat was zo voorbij. Ik zag de dokter al achter een witte muur vandaan kwamen en toen sloeg de paniek echt toe. Wat als ik niet meer beter zou worden? Wat als dit misschien het einde zou zijn? Dan raak ik alles kwijt. Ik moet niet zo negatief denken, dat maakt het alleen erger, dacht ik.
De dokter riep mij naar binnen en hij vroeg aan ons of wij plaats wilden nemen. De stoel waar ik op moest zitten was bedekt met blauw stof met rode driehoekjes erop. Het eerste wat de dokter vroeg aan mij was natuurlijk hoe het met mij ging. Ik kon natuurlijk zeggen dat het goed ging maar dan zou ik liegen, dus ik besloot gewoon eerlijk te zeggen hoe ik me voelde. "Het gaat wel", was het antwoord wat met een trillende stem mijn mond verliet. De dokter vroeg aan mij of ik mee wil lopen naar de kamer waar een scan instond.Ik liep mee samen met mijn moeder en zusje. Toen ik in de kamer stond zag ik een groot apparaat staan, het apparaat was wit met zwarte accenten. Er hing ook een sterke ziekenhuislucht, wat me nog zenuwachtiger maakte. Ik moest in de scan gaan liggen.
Voor ik het wist zat ik al in de kamer van de dokter die mij de uitslag zou vertellen. Ik heb de uitslag zei de dokter. Het viel even stil maar de dokter begon weer met vertellen en zei dat ik niet lang meer te leven heb. Ik was heel geshockt. Langzaam ging ik het door me heen dat het echt was. De tranen rolde over mijn wangen. Mijn moeder was al weggerend met mijn zusje in haar arm. Ze kon de druk niet aan. Ze had het er al moeilijk mee. Ik was toen alleen maar ziek ofja alleen maar het was natuurlijk erg maar dat ik nu dood ging maakte het veel erger. Ik zou mijn vriendinnen moet missen, mijn zusje, mijn oma en opa maar veel erger mijn vader en moeder met wie ik altijd een goede band had moet ik nu achterlaten. Dat is het ergst wat een mens kan overkomen.
Na een rit van 10 minuten in de auto, kwamen we thuis aan. Mijn vader zat thuis op de bank, hij keek gespannen. Ik moest aan hem het slechte nieuws gaan vertellen. Dat viel me heel zwaar. Hij zag aan mijn betraande ogen dat er iets ergs aan de hand was. Dus hij besloot het niet aan mij te vragen maar aan mijn moeder die beduusd naar de grond keek. "Wat is er aan hand", vroeg mijn vader. Met moeite bracht mijn moeder eruit dat ik dood ging. Bij het woord dood begon mijn moeder weer opnieuw te huilen. Ze rende naar boven, en ging daar verder zitten te huilen.
Hoelang heb ik nog te leven? Vroeg ik me af.
deel 3
De ziekte die mij kapot maakt deel 3
Ik was weer van de schrik bekomen. Het ging weer wat beter met me. Zelfs mijn moeder kon weer een beetje van het leven genieten. Ik was best zenuwachtig want dit was de eerste dag dat ik weer naar school ging. Ik vroeg me af of ik niet gepest zou worden. Ik was namelijk altijd een best populair meisje, misschien veranderde dit wel een hele hoop. Ik was anders als de anderen. Dat maakte school op dit moment heel moeilijk.
Ik opende de deur van het wiskunde lokaal. De deur was geverfd in een grijze kleur en het raam dat in de deur zat was weggewerkt, waarschijnlijk omdat je anders zo in het lokaal kon kijken. Ik ging naar binnen en ging zitten op mijn oude plek. De leraar begon met de les zonder mij ook maar een beetje aandacht te geven en deed net of ik er niet was. Maar na 25 minuten kwam de wiskunde leraar naar me toe en vroeg hoe het met me ging. Het gaat wel goed, kwam met een bibberig stemmetje uit mijn mond. Ik voelde me nog niet echt goed, maar dat kwam waarschijnlijk door de morfine die ik elke dag ingespoten krijg tegen de pijn. De morfine maakte de pijn minder maar het maakte me een emotioneel een wrak. Het was eindelijk tijd en ik mocht naar huis.
Ik was thuis maar ik besloot niet meteen mijn huiswerk te gaan maken. Ik voelde me niet goed, en ik zou me toch niet kunnen concentreren. Ik wilde zo graag naar school, maar ik zag toch in dat ik daar niet tot in staat was. Er was maar 1 manier om me van mijn lijden te verlossen, dat was zelfmoord. Moest ik dit doen? Ik wilde mijn ouders geen pijn doen. Maar het zou mij verlichting geven. Ik hoefde niet meer pijn te lijden. Ik was overal vanaf. Ik wilde dat en het zou me lukken.
Die avond had ik al een plan bedacht hoe ik mijn zelfmoord het beste zou lukken. Het was me eigenlijk meteen duidelijk mijn dood mocht geen pijn ik heb al genoeg pijn gehad, dus dat mocht niet. Dus was er maar één mogelijkheid: pillen. Ik begon met mijn afscheidsbrief, die al helemaal onder de tranen zat. De volgende ochtend zou het gebeuren. Het moest ik was klaar met alles. Ik wilde natuurlijk niemand missen. Maar ik moest ook aan mezelf denken.
Ik besefte dat dit de laatste minuten van mijn leven waren. Ik was moe, gewoon doodop.
Die stomme ziekte krijgt me niet klein. Ondanks dat ik zelfmoord ga plegen, heb ik een super leuk leven gehad. Maar het is nu klaar. Ik begon met het slikken van de pillen. Allemaal in één keer, dan was ik er vast vanaf. Ik liep snel naar de kast die tegen de kamerwand aan stond, en zette daar de afscheidsbrief op. Ik hoopte dat mijn ouders dit begrepen, dat ik zo niet verder kon.
Na een uur werd ik gevondeN. Ik leefde niet meer. Ik keek van boven af hoe mijn moeder de brief voorlas. Ondertussen was ze zo aan het huilen. Het deed me pijn om haar zo te zien. Maar ik wist dat ik de juiste keuze had gemaakt. Mijn moeder liep naar beneden en las de brief voor aan mijn vader:
Hoi Mam en Pap,
Deze brief is voor jullie.
Ik wil jullie met deze brief vertellen hoeveel ik van jullie hou.
Jullie horen bij mij en dat heb me echt wel beseft.
Maar ik moest dit doen ik was te ongelukkig en ik kon niet verder.
Als ik een wens mocht doen was ik in leven gebleven.
Jullie denken natuurlijk dat ik dat had moeten vertellen, maar dat heb ik bewust niet gedaan omdat jullie me dan zouden tegenhouden, en dat wilde ik niet.
Hopelijk begrijpen jullie dat wel.
Pap en Mam jullie blijven altijd in mijn hart.
Dit is het laatste wat je van me hoort, ik ben nu waarschijnlijk dood.
xxx Joys
ps. Ik zal altijd van jullie houden.
Mijn vader stortte bij de eerste zin al in tranen uit. Ik had toch wel medelijde met hem.
Maar dit was het en nu was het klaar. Ik moest me echt laten gaan. Naar vrijwel 10 seconden was mijn geest echt vertrokken naar de hemel.
Einde!
schrijf please een reactie, dankje
Geen opmerkingen:
Een reactie posten